terug naar overzicht

KLIMAATPAKKET EN ENERGIE-EFFICIËNTIE

De Europese Commissie heeft een hele reeks maatregelen klaarliggen om aan de doelstelling van de Europese klimaatwet en de Green Deal te kunnen voldoen. De maatregelen moeten ervoor zorgen dat Europa het eerste klimaatneutrale continent wordt tegen 2050. Deze maatregelen worden de ‘fit for 55’ genoemd: tegen uiterlijk 2030 moeten de broeikasgassen van de EU immers met 55% verminderen t.o.v. 1990.

Fit for 55

Het ‘fit for 55’ pakket bevat dertien wetsvoorstellen, waaronder acht voor de versterking van bestaande wetgeving en vijf nieuwe initiatieven. De belangrijkste worden hieronder toegelicht. Alles draait rond uitstoot, mobiliteit en energie. Deze maatregelen zijn voorstellen die nog goedgekeurd moeten worden door het Europees Parlement.

Vooreerst zal er een hervorming zijn van het emissiehandelsysteem (ETS, Emission Trading System). De emissies van de huidige EU-ETS sectoren moeten tegen 2030 met 61% verminderd worden t.o.v. 2005. Deze van de zeevaart zullen ook deel uitmaken van het ETS. De brandstofemissies afkomstig van wegvervoer en bouw, zullen onder een afzonderlijk emissiehandelssysteem vallen.

De verordening inzake de verdeling van de inspanningen (ESR, Effort Sharing Regulation) wordt herzien. De broeikasgasuitstoot van de niet-ETS sectoren (gebouwen, wegvervoer en binnenlands maritiem vervoer, landbouw, afvalverwerking en kleine industrieën) moet binnen de EU globaal gezien met 40% worden verminderd tegen 2030 t.o.v. 2005. Voor België betekent dit een vermindering met 47%.

Er komt verder een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie. Dit mechanisme moet ‘carbon leakage’ tegengaan en moet ervoor zorgen dat importeurs CO2-certificaten zullen moeten aankopen voor de ingebedde emissies in producten die ze invoeren van buiten de EU. Dit zal in de eerste jaren van toepassing zijn op cement, ijzer, staal, aluminium, meststoffen en elektriciteitsopwekking en later uitgebreid worden.

Er zullen hogere ambities vastgesteld worden voor de uitbreiding van de natuurlijke koolstofverwijdering van de EU via een herziening van de LULUCF-verordening, LULUCF staat voor ‘land use, land use change, forestry’ (landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw).

De richtlijn ‘hernieuwbare energie’ wordt herzien. Het aandeel energie geproduceerd uit hernieuwbare energiebronnen moet worden opgetrokken tot 40% tegen 2030. Er zullen ook strengere duurzaamheidscriteria zijn voor bio-energie.

De richtlijn energiebelasting, die van kracht is sinds 2003, wordt ook herzien. De structuur van de belastingtarieven zal verschuiven van volume naar energie-inhoud en milieuprestaties. Verder zullen er minder belastingvrijstellingen en verminderingen mogelijk zijn. De sectoren lucht- en scheepvaart zullen meer belastingen moeten betalen.

Er wordt een richtlijn energie-efficiëntie opgesteld. Deze richtlijn heeft tot doel om bindende en meer ambitieuze jaarlijkse doelstellingen vast te stellen voor het terugdringen van het energieverbruik op EU-niveau.

Er komt een verordening omtrent de CO2-emissienormen van auto’s en bestelwagens. De Commissie wil met strengere CO2-normen voor nieuwe auto’s en bestelwagens de overgang naar emissievrije mobiliteit versnellen. Tegen 2035 moeten alle nieuw geregistreerde auto’s en bestelwagens emissievrij zijn, dus geen CO2 meer uitstoten. De infrastructuur voor de alternatieve brandstoffen zal ook uitgebreid worden, want de vloot emissiearme voertuigen zal tegen 2030 groeien naar 30 miljoen.

Ook het gebruik van duurzame brandstoffen in de lucht- en zeevaartsector zal bevorderd worden.

Vlaamse maatregelen

Naast Europese plannen en maatregelen zijn er ook Vlaamse maatregelen. Zo is er in november 2021 een visienota goedgekeurd over het toevoegen van bijkomende maatregelen aan het Vlaams energie- en klimaatplan 2021-2030. Het doel van dit plan is om de broeikasgasemissies van de niet-ETS sectoren tegen 2030 te verminderen met 35% t.o.v. 2005. Met het nemen van die bijkomende maatregelen zal een reductie van 40% mogelijk zijn. Dit plan behandelt de sectoren ‘transport, gebouwen, industrie, landbouw en afval’.

Voor transport wordt er ingezet op een modal shift naar duurzame verplaatsingen en op de vergroening van personen- en bestelwagens, van de goederensector en van het openbaar vervoer. Voor de gebouwen komen er maatregelen gericht op de verhoging van de renovatiegraad en op de shift naar duurzame verwarming.

Voor de industrie zijn volgende maatregelen opgenomen: bedrijven zullen op bredere schaal een bedrijfsroadmap moeten opstellen. Het hebben van zo’n roadmap wordt ook een voorwaarde voor een aantal steunmaatregelen en er komen heel wat energiemaatregelen. De premie na de energieaudit wordt verhoogd en hervormd. Daarnaast komt er een versnelde uitfasering van de WKK-steun op fossiele brandstoffen. De steun voor alle nieuwe en ingrijpende gewijzigde WKK’s op fossiele brandstoffen wordt volledig afgebouwd vanaf 2023 en de investeringspremie voor micro-WKK op fossiele brandstof wordt vanaf januari 2022 afgeschaft. De definitie van “rendabele maatregel” in het besluit energieplan zal verscherpt worden. Vanaf 2023 zal het ambitieniveau van de nieuwe energiebeleidsovereenkomsten in overleg met de betrokken sectoren verhoogd worden. De andere maatregelen worden uitgelegd in de conceptnota energie-efficiëntie.

Conceptnota energie-efficiëntie

De visienota werd voor het deel energie-efficiëntie deels uitgewerkt in een conceptnota om ook in de praktijk in Vlaanderen minder CO2 uit te stoten en de bedrijven meer energiebewust te maken. Tot op heden waren alleen energie intensieve bedrijven - dit zijn bedrijven met een jaarlijks primair energieverbruik groter dan 0,1 PJ – onderworpen aan de wettelijke verplichtingen. Met het nieuw Vlaams energie- en klimaatplan wil men ook KMO’s en grote ondernemingen met een lager energieverbruik onderwerpen aan bijvoorbeeld het opstellen van een energiebalans.

Grote ondernemingen zullen ongeacht hun energieverbruik om de 4 jaar een energieaudit moeten uitvoeren en de rendabele maatregelen die daaruit volgen, verplicht moeten toepassen. KMO’s hebben verplichtingen afhankelijk van hun energieverbruik. Een KMO met een verbruik tussen de 0,05 en 0,1 PJ moet om de 4 jaar een energieaudit laten uitvoeren en de maatregelen met een IRR na belasting groter dan 15% implementeren. Een IRR na belasting > 15% komt overeen met een terugverdientijd van 3 à 3,5 jaar. Een KMO met een verbruik tussen de 0,03 en 0,05 PJ moet een globale energiebalans opmaken, dit om inzicht te krijgen in het energieverbruik. Bedrijven zullen ook de sectorale ‘no-regret’ maatregelen moeten uitvoeren en daarover rapporteren. No-regret maatregelen zijn maatregelen die in minder dan drie jaar zijn terugverdiend zoals bijvoorbeeld dakisolatie, ledverlichting, enzovoort. Een KMO met minder dan 0,03 PJ verbruik heeft geen verplichtingen. Vrijwillig toetreden tot een energiebeleidsovereenkomst (EBO) wordt ook makkelijker en toegankelijker voor bedrijven onder de 0,1 PJ. Deze maatregelen zouden van kracht zijn vanaf 2023.

Heeft u vragen of wenst u meer info over dit thema? Neem contact op met onze experts.