Beleidsplan Ruimte Vlaanderen op weg naar goedkeuring: tijd om te anticiperen
De Vlaamse Regering keurde in juli de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed.
Wiels helpt om zeker, veilig en toekomstgericht te ondernemen in milieu, ruimte en preventie.
Wij begeleiden je bij het realiseren van jouw plannen op strategisch en operationeel vlak.
De Vlaamse Regering keurde in juli de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed.
De Vlaamse Regering keurde in juli de conceptnota voor het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen goed. Dat plan bepaalt hoe we in Vlaanderen met onze ruimte omgaan tot 2040. De conceptnota is een eerste belangrijke stap. Begin september start hierover bovendien een inspraakperiode.
De goedkeuring is een signaal voor eigenaars van strategisch gelegen sites om te anticiperen op wat komt.
Het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen zal de strategische visie, de beleidslijnen en de tools bepalen om Vlaanderen klaar te maken voor de ruimtelijke uitdagingen van de toekomst. Die zijn niet min. Het gaat om fundamentele vragen zoals het verzoenen van de nood aan ruimte voor ondernemers en nieuwe woningen met uitdagingen op vlak van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies.
De Vlaamse Regering keurde op 15 juli 2025 de conceptnota goed over het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen. Dat is de eerste formele stap op weg naar een bindend beleidsplan. Omdat de regering wil aangeven dat hierover nog gesprekken mogelijk zijn die kunnen leiden tot bijsturing, labelt ze de nota uitdrukkelijk als een ‘dialoognota’.
Sinds 2011 ondernam de Vlaamse Regering meerdere pogingen om het beleisplan echt op de rails te zetten. Tot nu toe leidden die niet tot een doorstart. De nieuwe conceptnota moet daar verandering in brengen. Het doel is om in 2027 het beleidsplan goed te keuren of minstens voor de volgende Vlaamse verkiezingen in 2029.
Het beleidsplan heeft grote gevolgen. Het vormt het bindend kader voor overheden die aan gronden een nieuwe bestemming willen geven. Dat gebeurt via ruimtelijke uitvoeringsplannen en strategische projecten. Het bepaalt ook de marge voor provincies en gemeenten die zelf ook werken aan beleidsplannen en ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Indirect werkt het plan door via het vergunningenbeleid omdat het in de praktijk een referentiekader is voor overheden die over projecten moeten oordelen. Dat is in het bijzonder zo voor projecten met een grote spanning tussen de economische doelen en andere belangen zoals landbouw, water of natuur.
De conceptnota heeft geen directe gevolgen voor ondernemers of grondeigenaars, maar voorspelt wel de koers voor toekomstig ruimtelijk beleid.
Heb je investeringsplannen op middellange termijn (uitvoering vanaf 2029-2030) in één van volgende situaties? Dan volg je de evoluties best van nabij.
Het gaat om investeringsplannen die:
Heb je niet-ontwikkelde gronden met een harde bestemming (industriegebied of woongebied) in portefeuille? We raden aan om nu al na te denken over je strategie. Het beleidsplan verhoogt immers de drempels voor ontwikkeling van heel wat gronden. Tegelijk verhoogt het potentieel de waarde van de goed gelegen gronden.
De conceptnota bevestigt in wezen de bouwshift. Dat is de beleidskeuze om goed gelegen locaties beter te benutten en om open ruimte structureel te beschermen. Het einddoel blijft om de inname van open ruimte te doen dalen naar netto nul in 2040. Vandaag bedraagt die inname volgens de laatste cijfers nog ongeveer 4 hectare per dag. Open ruimte innemen blijft ook na 2040 mogelijk, maar vereist een herstel van de balans en dus een compensatie. Die compensaties hebben belangrijke financiële gevolgen. Deze principes zijn nu al erg tastbaar bij herbestemming van gronden. Het is een voorbeeld van hoe die beleidslijn op het terrein nu reeds grote gevolgen kan hebben.
Daarbij blijft het de ambitie om de economische welvaart in Vlaanderen te verhogen. Het voeren van een aanbodbeleid is het doel, met de beste kansen voor reeds goed ontsloten en ontwikkelde economische zones. Het huidige onderscheid tussen bedrijven op basis van schaalgrootte (lokaal of regionaal) wordt vervangen door een onderscheid tussen verweefbare en niet-verweefbare activiteiten. Daarbij zijn de aard, de hinder en de schaal van de activiteiten doorslaggevend. Voor niet-verweefbare activiteiten worden nieuwe terreinen aangeduid, die volgens de principes van de bouwshift gecompenseerd moeten worden. Tegelijk start – weliswaar binnen de krijtlijnen van de bouwshift – de zoektocht naar nieuwe ruimte voor bedrijvigheid, in de eerste plaats voor de niet-verweefbare activiteiten.
Zowel de bebouwde als de open ruimte moet klimaatbestendig ingericht worden. Water is in elk plan en elke omgevingsvergunning een sleutelthema. Dat thema wordt alleen maar belangrijker. De verhardingsgraad moet sterk dalen. Het doel is om tegen 2050 qua verharding op het niveau van 2015 te raken. Regenwater moet maximaal ter plaatse kunnen infiltreren. Regels die we vandaag kennen zoals de Hemelwaterverordening zullen daarom nog sterk aangescherpt worden. Vlaanderen zal de bebouwingsmogelijkheden in de meest kritieke overstromingsgevoelige gebieden inperken.
In essentie heeft iedereen drie opties om om te gaan met deze nieuwe evolutie: ondergaan, reageren of anticiperen.
De Vlaamse Regering wil over die nota de dialoog op gang trekken met het middenveld, andere besturen en met het ruime publiek. Iedereen kan daarom reageren op de conceptnota tijdens de inspraakperiode die op 9 september 2025 start. De einddatum ligt nog niet helemaal vast, maar die valt wellicht begin november 2025. Het is een nota die nog erg high level is. Daardoor zijn punctuele reacties over specifieke sites nu minder zinvol. Relevanter is om concrete pijnpunten te signaleren bij belangenorganisaties zoals Voka, zodat het voor die organisaties mogelijk wordt om de gemene deler te benoemen en om standpunten te onderbouwen met cases.
De andere optie – en dat is volgens ons de enige juiste aanpak – is om als ondernemer of grondeigenaar te evalueren of jouw plannen binnen één van de hierboven genoemde situaties vallen. Is dat het geval, dan is het verstandig om vanaf vandaag:
De trends in de conceptnota zijn duidelijk. Het is goed dat de regering het gesprek hierover start. Als ondernemer of grondeigenaar kan je daarop reageren en waardevolle input geven. Volgens ons is het minstens even belangrijk om te anticiperen op wat er onvermijdelijk aankomt. Net zoals de overheid werkt aan een visie op Vlaanderen in 2040, maak je dus als ondernemer of grondeigenaar best zelf snel werk van een strategische visie op de gronden in je portefeuille.
We vertellen graag meer over hoe wij jou zonder zorgen laten ondernemen.